Er was een tijd dat je een kaars kocht omdat hij toevallig bij de kassa lag, in een geur die "lekker" rook en een prijs die niet opviel. Die tijd is voorbij. Waar een lamp of een vaas al jaren een bewuste keuze is binnen je interieur, wordt de kaars nu voor het eerst op dezelfde manier behandeld: als decoratie-element met een eigen plek in het geheel, niet als bijzaak.
Van geurtje bij de kassa naar bewust decoratie-element
De verschuiving komt niet uit het niets. Interieurstylisten koppelen de opmars van bewuste kaarsenstyling aan dezelfde beweging die ook zachte, organische vormen en warme materialen populair maakt: mensen willen een huis dat aanvoelt als thuis, niet als showroom. Een kaars past daar perfect bij. Hij geeft licht dat geen enkele lamp kan nabootsen, met een gloed die beweegt in plaats van vaststaat. Wil je die laag toevoegen aan je woonkamer? Kijk dan ook eens naar hoe je met drie lagen licht je woonkamer verandert, want kaarslicht is eigenlijk de vierde laag die je er nog bij kunt zetten.
Wat vooral opvalt: mensen kopen minder kaarsen, maar wel bewuster. In plaats van vijf willekeurige geurkaarsen in de kast, kiezen ze voor twee of drie kandelaars die ook staan als er niets brandt. Dat is precies het verschil tussen een bijzaak en decoratie.
Ledkaarsen zijn allang niet meer voor de schrik-momenten
Ledkaarsen hadden lang een imago van "net-niet-echt", vooral bedoeld voor mensen met kinderen of huisdieren die geen open vuur in huis willen. Dat imago is aan het kantelen. De nieuwe generatie ledkaarsen heeft een was-achtige buitenkant, een onregelmatige vlamsimulatie en een gloed die van afstand nauwelijks te onderscheiden is van een echte pit. Ze duiken nu ook buiten op, op terrassen en in tuinen, waar een gewone kaars binnen een kwartier uitwaait.
Het praktische voordeel is groot: je kunt een ledkaars laten branden tijdens het koken, terwijl je een boek leest voor het slapengaan, of gewoon een hele avond zonder dat je eraan hoeft te denken. Voor traditionele kaarsen met een echte vlam geldt volgens de Rijksoverheid dat ze bij normaal gebruik veilig zijn, ook met de sporen zware metalen die van nature in de pit en brandstof kunnen zitten. Wie precies wil weten wat er in een kaars zit, vindt dat overzichtelijk terug op de website van de overheid.
Dit jaar draait het om deze geuren
Waar geurkaarsen een aantal jaar geleden vooral zoet en bloemig waren, gaat de aandacht nu naar rokerige en aardse tinten: sandelhout, oud hout en een vleugje zeezout. Ook gourmandgeuren doen het goed, denk aan geroosterde kokos of vanille met een houtaccent, maar dan subtieler dan de suikerzoete varianten van een paar jaar terug. De gedachte erachter: een geur mag opvallen zonder dat hij de hele kamer overneemt zodra je binnenkomt.
Per ruimte verschilt de keuze flink. In de woonkamer kan een geur wat steviger, omdat je daar meestal met de deur open zit. In de slaapkamer werkt het andersom: kies iets rustigs, in een lichte, ongeparfumeerde variant of met een zachte geur als terracotta of linnen. Wie zijn slaapkamer al met kaarsen aankleedt, kan dat combineren met de tips uit hoe je een rustgevende slaapkamer inricht, want licht en geur werken daar samen, niet los van elkaar.
Een kandelaar met een verhaal wint het van een goedkope dertien-in-een-dozijn
Niet alleen de kaars zelf verandert, ook de houder eromheen. In plaats van een setje glazen theelichthouders van vier voor een tientje kiezen mensen nu vaker voor één kandelaar van gerecycled metaal, ruw keramiek of hout met zichtbare nerf. Het idee: een object dat je ook zou neerzetten als er geen kaars in staat. Dat sluit aan bij dezelfde beweging als bij verlichting, waar materialen met karakter het wint van gladde, anonieme afwerking. Zie je liever direct hoe dat er in de praktijk uitziet? Dan is travertijn als materiaal voor je verlichting een goed voorbeeld van diezelfde verschuiving naar tastbare, oneffen materialen.
Duurzaamheid speelt ook mee bij de brandstof zelf. Sojawas en bijenwas winnen terrein van paraffine, al is het verschil in luchtkwaliteit kleiner dan fabrikanten soms beweren. Wat wel klopt: sojawas heeft van nature minder neiging tot roetvorming, en een goed gekozen lont voorkomt zwarte walm boven je kandelaar, ongeacht het type was.
Zo stijl je kaarsen per kamer
In de woonkamer werkt een cluster beter dan een enkele kaars: zet drie kandelaars van verschillende hoogte bij elkaar op de salontafel of het dressoir, zodat het net zo'n gelaagd effect krijgt als een goed opgebouwde lichtplan. In de badkamer is één stevige kaars naast het bad vaak genoeg, liever met een rustige geur dan iets zoets dat vecht met je douchegel. In de keuken kun je juist spelen met kleinere theelichtjes in een rij op het aanrecht, weggehaald zodra je gaat koken.
Vermijd de klassieke fout: een kaars die precies matcht met je bank of gordijnen. Dat oogt al snel als een setje uit dezelfde winkel, terwijl het juist leuker is als de kandelaar een beetje contrasteert, in materiaal of vorm, met de rest van de kamer.
Waar je op let voordat je een kaars koopt
Voordat je de volgende kaars in je mandje legt, is het handig om drie dingen te checken: staat de kandelaar er ook mooi bij als de kaars op is, past de geur bij de functie van de ruimte, en is de was of de lont van een kwaliteit die geen zwarte randen op je muur achterlaat. Een kaars die aan die drie punten voldoet, is geen bijzaak meer. Het is decoratie die toevallig ook licht geeft.